Arrestantenzorg

 

Sommige verslaafden komen onverhoopt op het politiebureau terecht. Het kan dan voorkomen dat de cliënt in verband met zijn heroïneverslaving om een arts verzoekt. De taak van de forensisch arts is dan om te bepalen of behandeling met opiaatvervangende medicatie aan de orde is en op welke wijze dit zou moeten gebeuren. De LCMR dient hierbij als belangrijke informatiebron. Via de LCMR kan men zien of het gaat om een bekende cliënt. Ook kan men nagaan welk middel in welke dosering de cliënt als laatste heeft ontvangen.
In de periode van overbrugging naar de volgende behandelaar in de zorgketen moet de forensisch arts besluiten kunnen nemen. De LCMR voorziet hem van de noodzakelijke informatie op basis waarvan hij kan besluiten om de behandeling te continueren en opiaatvervangende medicatie te verstrekken.